Zoeken

Afbouwen salderingsregeling is slecht plan

Auteur

Bert Tieben

Burgers worden in de ogen van Bert Tieben gestraft voor hun bijdrage aan de energietransitie nu het kabinet de salderingsregeling wil afschaffen. Het is juist deze regeling die zon-PV aantrekkelijk maakt voor kleine investeerders.

Een kleinverbruiker, bijvoorbeeld een particulier met zonnepanelen op zijn dak, produceert soms meer elektriciteit dan zijn eigen verbruik op dat moment. Deze extra stroom levert de particulier aan het elektriciteitsnet, waarbij de (ouderwetse) meter letterlijk terugloopt. Dit teruglopen van de meter is toegestaan en heet salderen: de afname van stroom minus dat wat is teruggeleverd is het netto verbruik van de particulier waarvoor hij of zij een rekening ontvangt van de leverancier. Deze constructie houdt in dat de teruggeleverde stroom wordt afgerekend tegen het commerciële tarief dat veel hoger ligt dan bijvoorbeeld de groothandelsprijs die andere producenten ontvangen. Dit is aantrekkelijk voor de kleinverbruiker die in zon-PV wil investeren, maar het kabinet vindt dat er sprake is oversubsidiëring en wil de salderingsregeling stapsgewijs afbouwen in de periode tot 2031.

De salderingsregeling werd ingevoerd op 14 juli 2004. De aanleiding was een amendement van de Kamer met als doel om “duurzame energieopwekking tot op letterlijk het laagste niveau in de keten te bevorderen.” Het laagste niveau, dat zijn u en ik als kleine consumenten van stroom.

“Woningbezitters zijn op dit moment de grootste drijvende kracht achter de energietransitie op de stroommarkt”

Salderen geeft particulieren een stevige prijsprikkel, volgens onderzoek van PWC zo’n 19 eurocent per kWh. Het is lastig te bewijzen, maar wel zeer aannemelijk dat de salderingsregeling een belangrijke drijver is achter de sterke groei van zon-PV in de afgelopen jaren. Tussen 2011-2016 was de jaarlijkse groei van het geïnstalleerd vermogen voor zonnestroom 43%. Sinds 2016 is deze groeivoet iets lager, maar met gemiddeld 32% voor 2016-2021 nog steeds indrukwekkend.

Van belang voor de discussie over de salderingsregeling is dat particulieren een grote bijdrage hebben geleverd aan deze ontwikkeling. In totaal was de toename van productievermogen voor hernieuwbare elektriciteit tussen 2016 en 2021 12.700 MW. 74% Van deze groei betreft zon-PV (9.400 MW). Huishoudens hebben hier met hun zonnepanelen op het dak 3.400 MW aan bijgedragen. Dat is 36% van de groei in zon-PV. Wat mij betreft een spectaculair resultaat. Woningbezitters, waaronder woningcorporaties, zijn op dit moment de grootste drijvende kracht achter de energietransitie op de stroommarkt.

Hiermee is niet gezegd dat salderen de oorzaak is van de sterke groei in zon-PV. De kostendalingen van zonnepanelen hebben investeren ook aantrekkelijk gemaakt. Volgens gegevens van Milieu Centraal was de gemiddelde prijs van een installatie, inclusief montage en onderdelen, in 2016 1,78 euro per Wp. In 2021 was dit 1,45 euro per Wp, een kostendaling van 19% in vijf jaar. Van 2011 tot 2016 was de kostendaling iets groter, zo’n 23%. Maar een kostendaling van gemiddeld 3,5% per jaar is eigenlijk nog best bescheiden. De panelen zelf zijn fors in prijs verlaagd, maar datzelfde kan niet gezegd worden van de manuren die nodig zijn om het systeem te installeren. Het is gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt zeker niet ondenkbaar dat er binnenkort een einde komt aan de kostendaling voor zon-PV. Dit onderschrijft het belang van salderen om een aantrekkelijke business case voor kleinverbruikers te behouden.

“Treurig om te lezen dat netbeheerders en Jetten saldering aanwijzen als een oorzaak van de problemen in de netten”

De vraag is dan waarom het kabinet de salderingsregeling wil afbouwen. Een eerste argument is de kosten. Voormalig minister Wiebes sprak graag van oversubsidiëring als het over de salderingsregeling ging en dat duidt erop dat de kosten voor de overheid te hoog zijn. Elders heb ik al eens voorgerekend dat de kosten van saldering per geproduceerde kWh op hetzelfde niveau liggen als vergelijkbare stimuleringsregelingen voor de productie van hernieuwbare energie zoals ISDE KA. In de tweede plaats, de huidige minister (Jetten) gebruikt het argument dat het stroomnet vol dreigt te lopen. Op 8 februari schreef hij: “De salderingsregeling heeft afgelopen jaren succesvol bijgedragen aan de toename van duurzame opwek. De regeling draagt echter niet bij aan het efficiënt gebruiken van het net, omdat gebruik van elektriciteit op moment van productie niet wordt gestimuleerd.”

Het is duidelijk dat het stroomnet niet optimaal is ingericht. Op plekken waar groene stroom wordt opgewekt, is vaak weinig vraag en andersom. Er wordt dus nodeloos elektriciteit versleept. Netbeheerders wijzen voor dit probleem al snel naar de salderingsregeling, zo bleek uit een interview met Daan Schut van Alliander in de Volkskrant van 23 maart. Schut meldt daar dat netbeheerders graag zo snel mogelijk af willen van de salderingsregeling.

Treurig om te lezen dat netbeheerders en Jetten saldering aanwijzen als een oorzaak van de problemen in de netten. Het kan voor de netbeheerders toch niet als een verrassing zijn gekomen dat de investeringen in zon-PV zijn gegroeid? De salderingsregeling bestaat al sinds 2004. De doelstelling van 14% duurzame energie, waarop Nederland nog steeds koerst, stamt uit het programma Schoon en Zuinig van 2007. Zon-PV was van meet af aan een belangrijk onderdeel van dit plan. Waarom hebben netbeheerders hun investeringen daarop niet tijdig aangepast? Een planningshorizon van 10 à 15 jaar zou moeten volstaan om de netten tijdig aan te passen bij de veranderingen in vraag en aanbod van elektriciteit.

“Het afbouwen van de salderingsregeling om een probleem in de netinfrastructuur op te lossen is een gotspe”

Het falen van de netbedrijven wordt nu afgewenteld op die groep in de maatschappij die zijn bijdrage aan de energietransitie wel heeft geleverd: woningbezitters en corporaties. De bijdrage van deze partijen aan de groei van het productievermogen van hernieuwbare elektriciteit is niets minder dan spectaculair. Zonder deze bijdrage zou realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2023 onhaalbaar zijn. Als dank krijgen kleinverbruikers nu de rekening gepresenteerd. Het afbouwen van de salderingsregeling betekent dat het langer duurt voordat hun investering is terugverdiend. Dat zal het enthousiasme voor een volgende investering in duurzame energie op ‘het laagste niveau in de keten’ niet bevorderen. In één moeite door slaat de minister tevens de gemeenten een instrument uit handen dat zij hard nodig zullen hebben om de energietransitie op lokaal niveau te doen slagen. Het afbouwen van de salderingsregeling om een probleem in de netinfrastructuur op te lossen is een gotspe.

Het wetsvoorstel voor afbouw van de salderingsregeling is recent een jaar aangehouden. Er is nog hoop.

Bert Tieben

Bert Tieben is Sectorhoofd Integrale Beleidsanalyse Leefomgeving van het Planbureau voor de Leefomgeving