---
title: "Willemien Terpstra (Gasunie): ‘Gas blijft langer in ons energiesysteem dan gedacht’"
date: 2026-09-30T15:43:00+02:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://www.energiepodium.nl/item/willemien-terpstra-gasunie-gas-blijft-langer-in-ons-energiesysteem-dan-gedacht"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Interview
- **Datum**: 30-09-2026
- **Thema’s**: Warmte &amp; Brandstoffen, Transitie &amp; Klimaat
- **Tags**: [Captains of Energy](https://www.energiepodium.nl/tags/captains-of-energy), [Aardgas](https://www.energiepodium.nl/tags/aardgas)
- **Auteur(s)**: Noud Köper

## Inhoud

![Energiepodium hoofdafbeedling 20](https://www.energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling-20.png)

<p>Gasunie transformeert in snel tempo van traditionele beheerder van het landelijke aardgastransportnet tot <i>enabler</i> van de energietransitie. Groen gas, warmte, waterstof en CO₂-transport behoren tegenwoordig ook tot de <i>core business</i>. Toch moeten we de rol van aardgas in de komende decennia niet onderschatten, benadrukt Willemien Terpstra, die sinds ruim twee jaar leidinggeeft aan het staatsbedrijf. Energiepodium interviewde haar voor de serie <i>Captains of Energy</i> waarin de huidige generatie leiders in de energiesector aan het woord komt. Wat drijft hen, hoe staat de markt ervoor en wat moet er gebeuren om de energietransitie tot een succes te maken? </p>
<p>Terpstra maakte in maart 2024 de overstap van chemiereus LyondellBasell naar Gasunie. Van een beursgenoteerd, internationaal bedrijf naar een onderneming die diepgeworteld is in de Nederlandse energievoorziening. Verrassend soepel, noemt ze die overgang. Met haar Friese wortels voelt ze zich thuis binnen Gasunie, dat nog altijd een grote voetafdruk in Noord-Nederland heeft. Maar vooral de maatschappelijke relevantie van de functie trok haar belangstelling. “Ik wilde mijn ervaring vanuit de industrie inbrengen in de energietransitie, omdat ik die niet voldoende in het debat naar voren zag komen. Daar zag ik mijn toegevoegde waarde.” </p><p>Inmiddels is het sentiment over de industrie aan het veranderen. Het beroemde rapport van de Italiaanse oud-premier Draghi uit 2024 riep Europa op om meer zelfvoorzienend te zijn en de eigen industrie te koesteren. Ook het Wennink-rapport, dat het jaar daarop verscheen van de hand van de voormalig topman van ASML, benadrukt het verdienvermogen van Nederland. “Ik zeg wel eens voor de grap: Draghi heeft heel goed naar mij geluisterd. In maart 2024 pleitte ik al nadrukkelijk voor het belang van de industrie voor Nederland. Je ziet hoe industrie nu veel meer wordt meegenomen in het debat. Dat is positief, want we hebben de industrie hard nodig.”</p><p>De groeiende geopolitieke spanningen hebben impact op de markt. Energie gaat niet meer alleen over klimaat of betaalbaarheid. Het gaat nu over afhankelijkheid, weerbaarheid en strategische autonomie. Voor Terpstra komen die lijnen samen in de industrie.</p><p>“Voorheen werd de industrie vooral gezien als vervuiler en veel minder vanuit de toegevoegde waarde die zij heeft voor onze samenleving. Dat is nu veranderd. Natuurlijk heeft de industrie het moeilijk. Veel bedrijven zitten echt in een overlevingsstand. Maar er is nu wel brede consensus dat de industrie hier bestaansrecht heeft. En dat we met z’n allen moeten willen om die industrie hier te houden en te helpen verduurzamen.”</p>


### Meer dan techniek<p><strong>Meer dan techniek</strong></p><p>Gasunie is allang niet meer alleen het bedrijf van aardgasleidingen. Ze omschrijft de onderneming als een infrastructuurbedrijf in transitie: van gastransporteur naar energie-infrastructuurbedrijf. De twee grote doelen zijn energiezekerheid en het versnellen van de energietransitie. Die twee raken steeds nauwer met elkaar verweven.</p><p>“Wij bieden oplossingen voor huishoudens en industrie. Voor huishoudens gaat het bijvoorbeeld over warmtenetten, hybride warmtepompen en groen gas, waarmee je ook netcongestie kunt verminderen. Voor industrie gaat het over infrastructuur voor CO₂-transport en -opslag en waterstof. Wij zijn de fysieke verbinders onder de grond via onze buisleidingen en sociale verbinders boven de grond om aanbod en vraag van nieuwe markten bij elkaar te brengen. Maar met name bij die ontwikkelende waardeketens. Want alleen infrastructuur aanleggen is niet voldoende. Je moet partijen bij elkaar brengen en kijken: hoe krijg je zo’n waardeketen werkbaar?”</p><p>Dat is meer dan techniek. Gasunie legt niet alleen buizen neer, maar probeert ook de randvoorwaarden voor nieuwe markten te organiseren. Vorig jaar startte het bedrijf met energietafels: bijeenkomsten met beslissers uit de hele waardeketen rond bebouwde omgeving, industrie en elektriciteitsproductie. Ook partijen die niet automatisch bij elkaar komen. Geen vrijblijvende lobbytafels, benadrukt Terpstra, maar plekken waaruit concrete initiatieven moeten komen.</p><p>“We wilden mensen aan tafel die echt beslissingen kunnen nemen. We hebben heel gerichte onderwerpen geïdentificeerd. De opdracht was: binnen drie meetings willen we concrete initiatieven. Geen lobbydocumenten, want dat doe je maar via je belangenverenigingen. We moeten niet alleen praten, we moeten ook zelf dingen oppakken.”</p><p>Initiatieven zijn er inmiddels genoeg, gericht om de waardeketen te helpen verduurzamingsprojecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. Bijvoorbeeld op het gebied van hybride warmtepompen, middelgrote mestvergisters, projecten rond groen gas. En aan de kant van de industrie werkt Gasunie met de overheid aan een financieringsmodel voor waterstofinfrastructuur, naar Duits voorbeeld. </p><p>“Zo’n financieringsfonds helpt klanten omdat zij voorspelbare en betaalbare tarieven krijgen. Zij moeten weten: waar ligt de infrastructuur, wanneer komt die er en wat ga ik betalen? Anders kunnen zij hun verduurzamingsinvesteringen niet rondrekenen. Zo dragen we bij aan de ontwikkeling van de waterstofwaardeketen. Daarnaast helpt het ons om investeringsbeslissingen te nemen, omdat je al inkomsten krijgt, ook in de beginfase waarin er nog minder klanten zijn.”</p>


### Koude winter<p><strong>Koude winter</strong></p><p>Wereldwijd zijn er zorgen over een nieuwe energiecrisis. De gasprijzen zijn niet zo hoog als tijdens de vorige crisis in 2022, maar de geopolitieke risico’s zijn niet verdwenen. Gasunie is niet verantwoordelijk voor het vullen van de gasopslagen, benadrukt Terpstra. Wel adviseert het bedrijf de politiek onafhankelijk over wat nodig is voor leveringszekerheid. Jaarlijks analyseert Gasunie of er voldoende transportcapaciteit en volume is om een koude winter door te komen.</p><p>Ondanks eerdere zorguitingen van Gasunie aan het adres van het ministerie werd onlangs duidelijk dat Nederland het eerder door Gasuniedochter GTS geadviseerde vuldoel voor deze winter niet zal halen. Dat vuldoel is gebaseerd op de hoeveelheid gas die nodig is om ook een zeer strenge winter, vergelijkbaar met de zwaarste winters van de afgelopen dertig jaar, veilig door te komen. Het niet behalen van dat niveau betekent niet automatisch dat er onvoldoende gas beschikbaar is voor de komende winter of dat de leveringszekerheid op korte termijn in gevaar komt. Wel betekent het dat Nederland minder goed is voorbereid op uitzonderlijke scenario's, zoals extreem strenge winters. </p><p>“We zien dat de vulling van de gasopslagen dit jaar trager verloopt dan gewenst. Dat zien we niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Tegelijkertijd is de geopolitieke situatie het afgelopen jaar opnieuw veranderd en zijn de marktomstandigheden anders dan in voorgaande jaren. Marktpartijen hebben op dit moment weinig <i>incentive</i>, omdat gas in de zomer duurder is dan in de winter. In Nederland heeft de minister de opdracht gegeven aan EBN om als vulagent een inhaalslag te maken. Dat doen zij naar behoren, maar is onvoldoende gebleken om het vuldoel te halen. De collega’s van GTS bekijken op dit moment hoe we in deze veranderde geopolitieke en marktomstandigheden de gasvoorziening zo robuust mogelijk kunnen houden en onnodige druk op de gasmarkt en daarmee op de prijzen kunnen voorkomen. De afweging welke aanvullende maatregelen nodig zijn om Nederland verder voor te bereiden op uitzonderlijke omstandigheden is uiteindelijk een beleidskeuze van het kabinet. De minister heeft aangegeven hierover op korte termijn met een nadere update te komen.”</p>


### Tijden van nood<p><strong>Tijden van nood</strong></p><p>Eerder dit jaar deed GTS ook onderzoek naar langdurige onderbreking van gasaanvoer. Daaruit bleek dat Nederland en Europa kwetsbaar zijn bij maandenlange onderbreking van gasaanvoer. Volgens Terpstra speelt het opbouwen van een strategische reserve een belangrijke rol. <span>“</span>Een strategische voorraad, zoals kussengas, biedt zekerheid wanneer de gasaanvoer langdurig onder druk staat, bijvoorbeeld door storingen of geopolitieke spanningen. De voorraad zorgt ervoor dat huishoudens warm blijven en de industrie kan blijven draaien. Daarmee versterkt zij de energiezekerheid en maakt ons minder kwetsbaar voor politieke druk of leveringsonderbrekingen. Dat is typisch iets wat je nu moet bekijken, niet pas als er een langdurige onderbreking is. Dan ben je te laat.”</p><p>Nederland staat er volgens haar beter voor dan tijdens de eerste maanden na de Russische inval in Oekraïne. De LNG-terminal in de Eemshaven heeft extra importcapaciteit gecreëerd. Ook de interconnecties met omliggende landen helpen. Optionaliteit is het sleutelwoord.</p><p>“Wat we tijdens de vorige crisis hebben geleerd, is dat importcapaciteit, infrastructuur en interconnectiviteit met andere landen waarde hebben. Daarnaast draagt diversificatie van energiesoorten daar ook aan bij. Dus naast aardgas ook groen gas, waterstof, warmte en elektriciteit. Dat geeft je opties voor de toekomst. Maar het korte termijn aandachtspunt blijft: bouwen we voldoende voorraden op voor de komende winter?”</p>


### Eigen bodem<p><strong>Eigen bodem</strong></p><p>Bij de vraag of Nederland moet doorgaan met de winning uit eigen bodem, komt de gevoeligheid rondom de gaswinning uit Groningen naar boven. Terpstra kiest haar woorden zorgvuldig. Vanuit energiezekerheid is het antwoord helder: eigen productie draagt bij aan weerbaarheid. Maar de politieke afweging is breder dan leveringszekerheid alleen.</p><p>“Als je kijkt naar weerbaarheid, heb je een aantal elementen. Eigen productie is daar één van, bijvoorbeeld uit de kleine gasvelden op land of op zee. Dan heb je diversificatie van bronnen: ben je afhankelijk van één bron, één land of één energiesoort? Je hebt diversificatie van infrastructuur: pijpleidingen, LNG-import, interconnectie met Engeland, België en Duitsland. En je hebt opslag. Dat zijn de vier elementen binnen het aardgasdomein. Vanuit een energiezekerheidsbril draagt productie van gas uit eigen bodem bij aan de leveringszekerheid. Maar er spelen natuurlijk meerdere belangen mee. Dat is een politieke afweging.”</p><p>Daarnaast ziet ze veel toekomst in groen gas. “Groen gas is heel effectief. Het is energie van eigen bodem. Het helpt bij stikstofproblemen, omdat je mest vergist. En het helpt met netcongestie, omdat je het gewoon kunt invoeren in bestaande aardgasleidingen. In combinatie met hybride systemen hoef je dan niet overal additionele elektriciteitsinfrastructuur aan te leggen en kun je wel op een betaalbare manier verduurzamen.”</p>


### Minder aantrekkelijk<p><strong>Minder aantrekkelijk</strong></p><p>In de elektriciteitssector groeit de roep om nieuwe gascentrales. Niet als terugkeer naar het oude energiesysteem, maar als back-up voor een systeem met veel meer zon en wind. Terpstra begrijpt die redenering. Sterker nog: ze vindt dat veel mensen onderschatten hoe groot de rol van het gassysteem nog altijd is in de leveringszekerheid van elektriciteit.</p><p>“Gasunie is niet op aarde voor aardgas. Wij willen energiezekerheid en de energietransitie versnellen voor huishoudens en industrie. Maar wat veel mensen zich niet realiseren, is dat juist het aardgassysteem zon en wind helpt faciliteren. Om wat getallen te noemen: het elektriciteitssysteem heeft een capaciteit van ongeveer 20 gigawatt. Het gassysteem zit rond de 350 gigawatt, zelfs iets meer. Op dagen dat er geen zon en wind is, benutten wij die capaciteit. Het aardgasnetwerk biedt dus energiezekerheid aan het elektriciteitssysteem.”</p><p>De toevoer van aardgas naar elektriciteitscentrales nam volgens haar de afgelopen jaren toe. Hoe meer zon en wind Nederland bouwt, hoe belangrijker die elektriciteitscentrales worden als regelbaar vermogen op momenten dat het niet waait en de zon niet schijnt. En die centrales draaien voornamelijk op gas. Dat betekent niet dat aardgas een nieuw groeipad krijgt, maar wel dat het langer nodig blijft.</p><p>“De <i>inconvenient truth</i> is dat gas langer in ons energiesysteem blijft dan vijf jaar geleden werd aangenomen. Dat komt onder meer doordat het nodig is als regelbaar vermogen en doordat landen kolen uitfaseren, waarbij aardgas een deel van die vraag gaat invullen. De trend van aardgas is nog steeds naar beneden, maar dat gaat veel minder snel. Het is niet zo dat we ineens een enorme sprong in aardgas gaan zien. Maar de daling is veel vlakker dan eerder werd gedacht.”</p><p>Voor dat regelbare vermogen is volgens haar een capaciteitsmechanisme nodig. Commerciële partijen draaien minder uren, terwijl het systeem hen wel nodig heeft. Nieuwe investeringen worden dan moeilijker.</p>

> “De inconvenient truth is dat gas langer in ons energiesysteem blijft dan vijf jaar geleden werd aangenomen.”

<p>“Je weet dat je regelbaar vermogen nodig hebt. Met meer zon en wind wordt dat alleen maar belangrijker, want als die er niet zijn, moet je meer capaciteit op- en afschalen. Tegelijk worden de draaiuren minder en wordt het commercieel minder aantrekkelijk. Dus moet je nadenken: hoe houden we dat regelbaar vermogen in de lucht? En hoe houden we een route naar verduurzaming? Dan komen waterstof, groen gas of bijvoorbeeld BECCS, biomassa met CO₂-afvang, om de hoek kijken.”</p>


### Waarheid<p><strong>Waarheid</strong></p><p>Over waterstof is de stemming de afgelopen jaren flink gedraaid. Eerst werd het gepresenteerd als de oplossing voor alle problemen, daarna leek het alsof er niets meer van terecht komt. Terpstra verzet zich tegen beide uitersten; de waarheid ligt in het midden. “Er is realisme gekomen in de ontwikkeling van waterstof. Ik zie positieve ontwikkelingen. En belangrijk: <span> </span>we praten er niet alleen over, maar doen het ook echt. Afgelopen mei hadden wij de eer om koning Willem-Alexander in Rotterdam te ontvangen die samen met minister Van Veldhoven en mij het eerste deel van ons waterstofnetwerk opende. Het laat zien dat waterstof geen toekomstbelofte meer is, maar concrete infrastructuur die er ligt en gebruikt kan worden als onderdeel van een geïntegreerd energiesysteem.”</p><p>Dat geïntegreerde systeem is voor haar de kern. Vandaag bestaat het energiesysteem voor ongeveer 20 procent uit elektriciteit en voor 80 procent uit gassen en producten zoals aardgas, olie en kolen. Wie wil verduurzamen, kan dus niet alleen naar elektriciteit kijken. Gassen hebben eigenschappen die elektriciteit niet heeft: gassen zijn energiedicht, goedkoper te transporteren en bovendien goed langdurig op te slaan.</p><p>“Waar gassen heel goed in zijn, is dat ze energie heel efficiënt over lange afstand kunnen transporteren, ongeveer een factor tien goedkoper dan elektriciteit, en dat ze energie heel goed kunnen opslaan. Seizoensopslag bijvoorbeeld. Dat is complementair aan elektriciteit. Als je heel veel offshore wind krijgt, kan waterstof helpen om die elektriciteit goed te verplaatsen. Je hoeft minder elektriciteitskabels aan te leggen, vermindert de kans op netcongestie, want je gebruikt pijpleidingen waar capaciteit is. En je kunt het opslaan, zodat je productie en vraag uit elkaar kunt trekken en daarmee meer zon en wind kan gebruiken en windmolens daardoor niet uitgezet hoeft te worden.”</p>


### Goedkoop<p><strong>Goedkoop</strong></p><p>Volgens Terpstra speelt die systeemwaarde nog onvoldoende mee in de discussie over de prijs van waterstof. Er wordt vooral gekeken naar de marktprijs, maar niet welke netinvesteringen worden vermeden. “Er wordt vaak alleen gezegd: waterstof is duur en elektriciteit is goedkoop. Maar dan kijk je alleen naar de marktprijs, die vooral wordt gedreven door de prijs van elektriciteit en de aansluitingen. Je kijkt niet naar het systeem eromheen. Als je wind op zee of zon op land hebt, heb je ook een systeem nodig voor momenten dat het niet waait of de zon niet schijnt. Als je optimaliseert over het maatschappelijke systeem, zie je dat waterstof echt een goede oplossing kan zijn. Daarnaast heb je waterstof nodig als product en in productieprocessen met hoge temperaturen waar elektrificatie niet kan.”</p>


### Vollooprisico<p><strong>Vollooprisico</strong></p><p>Het probleem is dat de waterstofmarkt nog nauwelijks bestaat. Infrastructuur, elektrolyse, vraag, opslag en regelgeving moeten tegelijk ontstaan. Terpstra gebruikt daarvoor een simpele vergelijking. “Het is een beetje kip en ei. Ik vergelijk het met een dorp. Je weet: het eerste huis wordt gebouwd, dus daar leg je een weg naartoe. Maar dat eerste huis kan natuurlijk niet die hele weg betalen. Je bouwt die weg met de verwachting dat daar een dorp gaat komen. Dat risico van die weg moet je afdekken. Dat noemen wij het vollooprisico. Dat is een politieke discussie en daar heb je budget van de overheid voor nodig.”</p><p>Elektrificatie heeft wat dat betreft een ander model. Investeringen in het elektriciteitsnet worden via nettarieven doorberekend aan alle gebruikers. Nieuwe waardeketens raken directer het politieke budget, terwijl ze volgens Terpstra maatschappelijk veel goedkoper kunnen zijn.</p><p>“Bij elektrificatie heb je een bestaand businessmodel. Alles wat je investeert, betalen we allemaal mee via de nettarieven. Maar als je nieuwe waardeketens bouwt, raakt dat het politieke budget. Terwijl we weten dat elektrificatie veel geld qua investeringen vraagt. In het FIEN-rapport (rapport Financiële Impact Energietransitie voor Netbeheerders – red.) zie je dat er nog ongeveer 250 miljard moet worden geïnvesteerd als je volledig elektrificeert. Als je alle investeringen voor het transport van aardgas, waterstof, groen gas, warmte en CO₂ bij elkaar optelt komt je uit op 20 miljard. Dat zijn dus totaal verschillende ordegroottes.”</p><p>Blauwe waterstof - geproduceerd uit fossiele restgassen of aardgas waarbij de vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en opgeslagen - kan volgens haar een pragmatische tussenstap zijn. Duitsland zet daar sterker op in. Voor industrieën met weinig vraagflexibiliteit kan blauwe waterstof goedkoper en sneller zijn dan elektrificatie. “Je ziet dat Duitsland zegt: misschien moeten we eerst beginnen met blauwe waterstof, op basis van restgassen of aardgas. Juist in industrieën die weinig vraagflexibiliteit hebben, kan blauwe waterstof goedkoper zijn dan elektrificeren en kun je het sneller realiseren.”</p>

<p><strong>Goede kaarten</strong></p><p>Nederland kan een belangrijke rol spelen in de toekomstige waterstofketen, denkt Terpstra. We kunnen veel aardgasbuisleidingen van het landelijke gasnetwerk hergebruiken, de industrieclusters zijn dicht bij elkaar en er is een mogelijke verbinding met Duitsland. De Delta Rhine Corridor is daarbij cruciaal: voor waterstof én CO₂.</p><p>“We hebben goede kaarten. We hebben dichte industrieclusters, goede infrastructuur en verbinding met het achterland, met Duitsland. De Delta Rhine Corridor is cruciaal voor de ontsluiting van Nederland en voor de betaalbaarheid van Nederland. Maar ook voor Duitsland, waar een grote industriedichtheid zit. Daarmee geef je een route voor verduurzaming.”</p><p>De vraag waarom Nederland infrastructuur zou aanleggen waar vooral de Duitse industrie van profiteert, hoort Terpstra vaker. Haar antwoord is duidelijk: Nederland doet dat niet uit liefdadigheid, maar uit strategisch eigenbelang. “Er is absoluut nut en noodzaak voor Nederland. Als wij hier importketens willen bouwen, hebben die volume nodig. Alleen met Nederlandse industrie heb je niet voldoende volume om die importketens hierheen te halen. Daarvoor heb je de Duitse industrie nodig. Hoe meer volume je door de infrastructuur pompt, hoe goedkoper het gebruik wordt. Wij hebben er strategisch belang bij dat Nederland ook voor nieuwe energie de hub kan worden. We doen het niet omdat het zo leuk is voor de Duitse industrie. We doen het omdat het een goed idee is voor Nederland.”</p><p>Ook waterstofimport hoort daarbij. Gasunie kijkt naar importfaciliteiten voor waterstofdragers en internationale corridors uit onder meer Zuid-Amerika, Afrika, Oman en de Verenigde Staten. Maar Terpstra waarschuwt tegen de aanname dat import altijd goedkoper zal zijn dan productie in Nederland. “Dat Nederland helemaal autonoom wordt op energiegebied is een utopie. We blijven importafhankelijk. Maar je moet wel een gebalanceerde portefeuille hebben: eigen productie én import. Er wordt nu aangenomen dat groene waterstof importeren veel goedkoper is dan hier produceren. Wij zien dat productie in Nederland wel degelijk kan concurreren met import als je appels met appels vergelijkt. In het buitenland hoef je vaak geen nettarieven te betalen en kunnen misschien elektrolyzers van buiten Europa worden gebruikt. Als je dat gelijktrekt, kan Nederland echt competitief produceren.”</p>


### Snelweg<p><strong>Snelweg</strong></p><p>Daar komt Terpstra bij een gevoelig punt: nettarieven. In Nederland betalen elektrolyzers mee aan elektriciteitsnetkosten, terwijl omringende landen die kosten vaak niet in rekening brengen omdat waterstof wordt gezien als systeemoplossing. Dat raakt direct aan de concurrentiepositie.</p><p>“Als je kijkt naar de landen om ons heen, die doen dit al. In Duitsland zijn er geen nettarieven voor elektrolyzers, omdat waterstof daar wordt gezien als belangrijke bouwsteen in het energiesysteem. Waterstof kan bijdragen aan weerbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Het helpt netcongestie te verlichten en meer energie van eigen bodem te realiseren.”</p><p>Volgens haar vraagt dit om een integrale blik op het energiesysteem. Niet: de veroorzaker betaalt. Maar: welke oplossing draagt bij aan de laagste maatschappelijke kosten? “Wat we nu doen, is alsof we een snelweg hebben die helemaal vol staat met file. En dan zeggen we: we moeten nog meer auto’s kopen die op deze snelweg moeten rijden, want we willen verder elektrificeren. Dus moeten we die snelweg verbreden. Dat is duur. Maar daarnaast ligt al een trein. Die trein hebben we al: dat zijn gasnetten die we kunnen hergebruiken. Als je mensen uit de auto naar de trein verplaatst, heb je heel veel investeringen in het elektriciteitsnet niet nodig. Waterstof is dan niet de veroorzaker van het probleem, maar juist een oplosser.”</p>


### Eenzijdige focus<p><strong>Eenzijdige focus</strong></p><p>Die bredere systeemblik geldt ook voor de gebouwde omgeving. Ook hier waarschuwt Terpstra voor een te eenzijdige focus op elektrificatie. Niet omdat elektriciteit geen grote rol krijgt, maar omdat Nederland het niet redt zonder moleculen. “We hebben beide nodig. Natuurlijk moet je kijken hoe je netcongestie kunt verlichten, maar veel oplossingen zitten juist in hybride systemen. Met hybride warmtepompen hoef je heel veel netverzwaring niet te doen en kun je wel verduurzamen als je het combineert met groen gas.”</p><p>Het bestaande gasnet is daarbij volgens haar van grote waarde. Het is ooit aangelegd dankzij de gaswinning in Groningen, maar kan in de toekomst worden hergebruikt voor waterstof, groen gas en CO₂.</p><p>“We hebben als Nederland een <i>unique selling point</i>: een heel uitgebreid aardgasnetwerk. Dat kun je hergebruiken en inzetten. Dat is goed voor betaalbaarheid, circulariteit en uitvoerbaarheid. Bij huishoudens helpt een hybride systeem aan twee kanten. Het verlicht netcongestie en helpt betaalbaarheid, omdat je de piekvraag niet via de elektriciteitsroute hoeft te doen. De piekvraag is juist duur. Als huishouden krijg je meer optionaliteit: is elektriciteit goedkoop, dan optimaliseer je daarop. Is groen gas goedkoop, dan optimaliseer je daarop. Het helpt betrouwbaarheid, betaalbaarheid en weerbaarheid.”</p><p>Over het ombouwen van aardgasleidingen naar waterstof wil ze een misverstand uit de wereld helpen. Waterstofmoleculen zijn kleiner dan aardgasmoleculen, maar dat betekent niet dat de bestaande infrastructuur onbruikbaar is. “Feitelijk klopt het dat een waterstofmolecuul kleiner is dan aardgas. Maar onze stalen aardgasleidingen zijn ook voor dit kleinere molecuul goed te hergebruiken. En waar dat mogelijk is, doen we dat ook.”</p>


### Mijlpaal<p><strong>Mijlpaal</strong></p><p>Wel zijn door de Russische inval de gasstromen veranderd. Waar eerder werd aangenomen dat veel leidingen konden worden vrijgemaakt voor waterstof, is een deel van het aardgasnet langer nodig voor leveringszekerheid. Dat vertraagt de uitrol, maar maakt de techniek niet onhaalbaar.</p><p>Ook de Delta Rhine Corridor liep vertraging op. Niet door technische onmogelijkheid, zegt Terpstra, maar door procedures en de poging om te veel infrastructuren tegelijk in één project te stoppen: elektriciteit, ammoniak, waterstof en CO₂.</p><p>“Het is hetzelfde wat je bij alle projecten hoort: vergunningen en procedures. Dat is de grootste vertraging. Bovendien is lang aangestuurd op een gecombineerde vergunningsprocedure voor meerdere modaliteiten, bijvoorbeeld ook voor ammoniak. Door de Delta Rhine Corridor te focussen op waterstof en CO₂ en niet verder uit te breiden met bijvoorbeeld ammoniakleidingen heeft de minister tijd gewonnen. Voor de industrie is dat cruciaal. Die kan niet wachten tot alle andere modaliteiten procedureel even ver zijn.”</p><p>“We moeten dit jaar het financieringsmodel geregeld krijgen. Dat is nodig om de industrie een voorspelbaar inzicht te geven in wat ze voor waterstoftransport moet betalen. Dit helpt hen om risico in hun business cases te verminderen en helpt ons om de infra te bouwen voordat alle klantvraag er is. Dat wordt een belangrijke mijlpaal. We willen de tijdlijnen behouden en daar wordt hard aan gewerkt.”</p>


### Eigen broek<p><strong>Eigen broek</strong></p><p>Tot slot de rol van staatsdeelnemingen. In de energietransitie krijgen publieke bedrijven weer een grotere rol. Gasunie investeert in infrastructuur voor waterstof, CO₂, warmte en groen gas. Is dat een terugkeer van de overheid als risicodragende speler?</p><p>Terpstra nuanceert. “Wij zijn gewoon een bedrijf. We moeten onze eigen broek ophouden en hebben onze eigen verantwoordelijkheid. We zijn geen uitvoeringsorganisatie van politiek beleid. Maar staatsdeelnemingen spelen een belangrijke rol bij publieke belangen. Infrastructuur voor de energietransitie is een <i>enabler</i> voor economische groei, voor het hier houden van industrie en voor verduurzaming. Juist omdat je als staatsdeelneming in die driehoek kunt opereren, heb je een andere risicobereidheid dan een commercieel bedrijf.”</p>


### Jaloers<p><strong>Jaloers</strong></p><p>Bij CCS ziet zij duidelijk marktfalen. “CCS wordt nog vaak gezien als een <i>business-to-business</i> model. Maar wij zien marktfalen. Geen bedrijf gaat investeren in grootschalige infrastructuur die niet zijn <i>core business</i> is, terwijl het slecht gaat met de industrie. Als je ziet dat dit een <i>enabler</i> is voor toekomstig verdienvermogen, moet je vanuit publiek belang een stap naar voren doen. Dat is de rol die staatsdeelnemingen steeds meer nemen.”</p><p>Ook geopolitiek speelt mee. Nederland heeft zijn vitale energie-infrastructuur grotendeels in publieke handen. Volgens Terpstra is dat geen vanzelfsprekendheid, maar een strategisch voordeel. “Duitsland is daar echt wel jaloers op. Vitale infrastructuur, elektriciteit, aardgasnetwerken en toekomstige energietransitienetwerken, zijn in Nederland in handen van de staat. Je moet er toch niet aan denken dat een deel van onze vitale infrastructuur in handen is van andere statelijke actoren. Zeker in de huidige geopolitieke situatie is het belangrijk dat we zelf controle houden.”</p>

