Internationale klimaatafspraken zijn, maar ik kan nu beter zeggen: waren, een voorbeeld van spelregels die de gevolgen van een ongebreidelde energiehonger moesten beperken. Dat vergt internationale coöperatie die niet gemakkelijk te realiseren is, maar die toch via verdragen zoals de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCC) en de akkoorden die daaruit voortvloeiden (Parijs!) meer voortgang boekte dan ik ooit voor mogelijk hield. Die basis van internationale samenwerking, hoe moeizaam die vaak ook bevochten moest worden, is nu compleet van de baan, niet alleen wat betreft klimaat maar wat betreft ongeveer alle kwesties die mondiale samenspraak en samenwerking vragen. De onvermijdelijke conclusie dringt zich op: zonder een enigszins ordentelijke set aan internationale spelregels waar zeker de grootste uitstoters zich aan houden, is mondiaal klimaatbeleid kansloos, en als regionaal of nationaal klimaatbeleid niet vroeger of later mondiaal uitrolt, is het ook ineffectief.
Dat betekent een herschikking van prioriteiten: alle aandacht en inzet zal in de eerste plaats moeten uitgaan naar behoud en ontwikkeling van een internationale geopolitieke orde die ruimte biedt om global commons te beschermen tegen de hebzucht van machtige natiestaten, en naar de opbouw van macht en samenwerking om de destructie te stuiten. En dat betekent op zijn beurt een herijking van energie- en klimaatbeleid in die delen van de wereld die nog wél in internationale coöperatie geloven en die zich verzetten tegen een wereldorde waarin de duistere driehoek van narcisme, Machiavellisme en psychopathie het voor het zeggen heeft. In zo’n wereldorde gaat de aarde deze eeuw geheid 4 à 5 graden warmer worden, terwijl een op internationale regels gebaseerde orde tenminste nog enige kans (maar helaas geen garanties) biedt de opwarming tot 2 - 2,5 graden te beperken. Ga maar na: alle kleine eigen klimaatstapjes worden onmiddellijk opgevreten door de extra olie-, kolen- en gasinzet die de VS onder Trump nastreeft, dat was in 2017 al duidelijk.
“Alle hens aan dek is nodig om de afhankelijkheid van imperialistische autocraten als Trump (en Poetin) zo snel mogelijk te verminderen”
Toegegeven, het is veel fijner zich te wentelen in het warme bad van eigen gelijk en morele superioriteit en dat in de eigen culturele bubbel bevestigd te zien, dan de pijnlijke waarheid van de nieuwe macht gebaseerde wereldorde onder ogen te zien. Toch vrees ik dat er weinig anders opzit. De tijd van naïef energie- en klimaatbeleid is voorbij: alle hens aan dek is nodig om de afhankelijkheid van imperialistische autocraten als Trump (en Poetin) zo snel mogelijk te verminderen. Dat mag een paar centen, en desnoods ook wat extra broeikasgasemissies kosten. Al is, ter geruststelling, wel helder dat Europees en Nederlands energie- en klimaatbeleid dat op een goede manier inspeelt op de Trumpiaanse machtswellust juist een lagere koolstofvoetafdruk heeft. Bijvoorbeeld een nationaal besparingsbedrijf als miljardenbusiness opzetten, en sterker inzetten op binnenlandse energiewinning, zowel hernieuwbaar als fossiel, heeft enorme klimaatvoordelen boven afzien van eigen gaswinning en in plaats daarvan gas van de internationale markten halen, waaronder Russisch oorlogsgas en Amerikaans schalie-bully-gas. Maar dat vergt wel de moed energie- en klimaatbeleid gebaseerd op de oude wereldorde los te laten, en te vervangen door energie- en klimaatbeleid dat bij de nieuwe hachelijke ontwikkelingen past, die onwenselijk zijn, maar voorlopig wel de mondiale realiteit zijn. Ik zou het zeer toejuichen als een paar maatschappelijke en politieke sleutelspelers (GroenLinks-PvdA? D66? Natuur en Milieu? Milieudefensie? Waddenvereniging?) die omslag zouden gaan steunen. Wie durven?