En iedereen knikt instemmend. Daarna wordt het stil. Zelden wordt er serieus gesproken over hoe we het ‘resterende’ fossiele deel van onze energievoorziening robuuster kunnen maken, zodat de impact van een volgende geopolitieke storm minder groot is. Dat is opvallend. Nog altijd is bijna 80% van onze energie fossiel. Een serieuze discussie over weerbaarheid moet dus óók gaan over hoe we dit deel sterker maken.
We weten eigenlijk wel wat daarvoor nodig is: meer diversificatie, redundancy en reserves. Maar dat kost geld. En dus worden besluiten hierover steeds weer vooruitgeschoven. Er is bovendien discussie over de vraag of dit de gasprijzen verlaagt. Spreadsheet-economen wijzen erop dat zolang vraag en aanbod niet wezenlijk veranderen, het effect op internationaal bepaalde gasprijzen beperkt is. Tegelijkertijd hebben recente crises laten zien dat markten in tijden van schaarste niet altijd rationeel reageren en dat speculatie prijzen verder kan opdrijven. Goed gevulde seizoensopslagen en ruime strategische voorraden kunnen dan wél een dempend effect hebben op prijsfluctuaties. Het IEA stelde het een jaar geleden al: “De volatiliteit op de Europese gasmarkt zet de concurrentiepositie en de kosten van levensonderhoud voortdurend onder druk.”
Wat kan Nederland doen om het gassysteem weerbaarder te maken voor de komende decennia?
1. Heroverweeg geplande sluitingen van kritische delen van het energiesysteem
Redundancy is essentieel voor weerbaarheid; elke sluiting staat daar dus op gespannen voet mee. Momenteel wordt het Groningenveld definitief onbruikbaar gemaakt en zijn er plannen om kolencentrales en gasopslagen te sluiten. Dat alles verkleint de weerbaarheid. Door bijvoorbeeld kolencentrales om te bouwen naar bio-energiecentrales (bij voorkeur met CO₂-afvang en -opslag) kan de weerbaarheid juist toenemen, neemt de afhankelijkheid van aardgas af en komen emissiedoelen dichterbij. Bovendien is er geen andere technologie die grootschalige koolstofverwijdering kan realiseren, iets wat Nederland nodig heeft voor zijn klimaatdoelen.
“De realiteit is echter dat, als we alleen gebruikmaken van bewezen gasreserves, de afhankelijkheid van het Midden-Oosten en Rusland juist toeneemt”
2. Produceer zoveel mogelijk aardgas zelf
Hoewel ‘meer productie op de Noordzee’ al jaren beleid is, blijft succes uit. Maatschappelijk draagvlak is beperkt en nieuwe vergunningen stuiten op bezwaar. Vaak wordt daarbij verwezen naar het IEA Net Zero-scenario waarin gesteld wordt dat er geen nieuwe productie nodig is in dat scenario. De realiteit is echter dat, als we alleen gebruikmaken van bewezen reserves, de afhankelijkheid van het Midden-Oosten en Rusland juist toeneemt. Het IEA waarschuwde hier zelf ook al voor: het aandeel van OPEC in een krimpende markt kan oplopen tot meer dan 50% in 2050.
Hoe doorbreken we dit in Nederland? De overheid zou kunnen overwegen genoegen te nemen met een lager staatsaandeel in nieuwe gasvelden, in ruil voor een verplichting om minimaal 80% van de verwachte CO₂-uitstoot terug te nemen en op te slaan. Lange termijncontracten (voor gaslevering en CO₂-opslag) met partijen als Tata, Yara en producenten van blauwe waterstof kunnen aantonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Dit kan ook aantrekkelijk zijn voor de gasintensieve industrie. Door expliciet ‘scope 3’-emissies mee te nemen, kan bovendien de kans op bezwaarprocedures tergen nieuwe gaswinning afnemen.
3. Diversifieer LNG-importen van buiten de regio
Een robuuste LNG-strategie zou maximumpercentages moeten hanteren voor import uit één land en voor aankopen op de spotmarkt. Dit idee leeft wel in Den Haag en Brussel, maar concrete beleidsmaatregelen blijven uit. Er is reële zorg dat Europa de afhankelijkheid van Rusland inruilt voor afhankelijkheid van de VS. Nederland zou het voortouw kunnen nemen met een whitepaper voor EU-beleid, bijvoorbeeld door te werken met verhandelbare importrechten per exportland en voor spotmarktaankopen. Daarbij moet ook aandacht zijn voor upstream-emissies (methaan en CO₂), zeker in langetermijncontracten.
4. Houd vast aan ambitieuze vuldoelstellingen voor seizoensopslagen
In een veranderend energiesysteem neemt de volumebijdrage van gasopslagen af, maar de piekvraag (capaciteit) zal op koude, windstille winterdagen juist toenemen. Dat blijkt uit recent werk van Gas Infrastructure Europe, waarin ook gekeken is naar de interactie tussen gas- en elektriciteitssystemen. Tegelijkertijd staat het verdienmodel van gasopslagen onder druk. Net als bij kolen- en gascentrales wordt de capaciteitswaarde onvoldoende beloond. Het is urgent dat Nederland hier beleid op ontwikkelt en dat de kosten van het gevuld houden van gasopslagen, en dus beschikbare capaciteit, eerlijk worden verdeeld onder EU-landen die hiervan meeprofiteren.
5. Neem een besluit over strategische gasvoorraden
Een recente visie van Gasunie laat zien dat Nederland kwetsbaar is bij langdurige onderbrekingen van gasaanvoer. Het soort onderbrekingen zoals de sluiting van de Straat van Hormuz. Eerdere adviezen wijzen op opties zoals het openhouden van delen van het Groningenveld of het inzetten van kussengas als strategische reserve. Niets doen, is ook een optie en dat was lange tijd de voorkeursroute, vooral vanwege de kosten. Maar inmiddels weten we dus dat langdurige verstoringen niet goed opgevangen kunnen worden en ook grote social-economische impact kunnen hebben.
“Het wrange is dat we de afgelopen jaren keuzes hebben gemaakt die het gassysteem juist minder weerbaar hebben gemaakt”
Het is daarom belangrijk om snel een brede expertgroep samen te stellen die de verschillende opties kan definieren en door laten rekenen, inclusief kosten, baten en maatschappelijke impact. Ook de zorgen van omwonenden moeten hierin worden meegenomen. Totdat er een besluit ligt, zou het verstandig zijn om de ontmanteling van delen van het Groningenveld tijdelijk te pauzeren. Het is politiek begrijpelijk dat de gaswinning daar is gestopt, maar het volledig ontmantelen van infrastructuur is dat niet. Het vergroot juist de geopolitieke kwetsbaarheid van Nederland voor allerlei risico’s, van politieke chantage tot mondiale conflictscenario’s.
Het wrange is dat we de afgelopen jaren op vrijwel al deze punten keuzes hebben gemaakt die het gassysteem juist minder weerbaar hebben gemaakt. De aanname was dat de gasvraag zou afnemen en dat risico’s dus tijdelijk waren. Steeds meer experts waarschuwen echter dat we onze oude schoenen niet moeten weggooien voordat we nieuwe hebben. Sterker nog: die oude schoenen hebben een stevige oplapbeurt nodig om bruikbaar te blijven in een snel veranderende wereld.
De oorlog in Iran laat opnieuw zien hoe afhankelijk de wereld nog is van fossiele energie. Het is politiek verleidelijk om die risico’s te bagatelliseren. Het kost immers geld om ze te verkleinen. Maar maatregelen zoals redundancy, diversificatie, reserves en langetermijncontracten hebben weliswaar een prijskaartje in tijden van rust, maar kunnen juist zorgen voor lagere en stabielere prijzen in tijden van spanning en schaarste.
Het is tijd voor een volwassen gesprek over risicotolerantie: hoeveel risico op tekorten en hoge, volatiele prijzen zijn we bereid te accepteren? En hoeveel willen we betalen om dat risico te verkleinen?
De afgelopen jaren hebben we het gassysteem gevoeliger gemaakt voor verstoringen, zonder die risico’s expliciet te benoemen. Maar een volatiele en onbetrouwbare gasmarkt is geen gegeven, het is een keuze. Door de vijf bovenstaande aanbevelingen voortvarend uit te voeren, bij voorkeur ook op EU-niveau, kan de weerbaarheid van het gassysteem aanzienlijk verbeteren. En daarmee ook de betaalbaarheid en betrouwbaarheid. En ja, dat is allemaal bovenop de doorgaande inzet op de transitie naar andere bronnen van meer duurzame vormen van energie. Voor de langere termijn is dat inderdaad de enige stucturele oplossing.